Griekenland.
Eigen
schuld is goud waard Gun Griekenland zijn faillissement!
Europa stelt alles in het werk om te voorkomen dat de Mediterrane lidstaten
omvallen.
Maar waarom?
De geschiedenis laat zien dat een land ook baat kan hebben bij een
staatsbankroet.
Ooit was
Nederland het Griekenland van Europa.
In 1795 was de bodem van de schatkist in zicht, en daarmee ook het einde van de
Nederlandse onafhankelijkheid.
'Zonder credit, geen geld; zonder geld geen leger; geen vloot; geen binnenlandse
defensie, noch te land, noch te water', dreigde
Hiëronymus van Alphen, dit keer niet op rijm - de man was naast dichter ook verantwoordelijk voor 's land s financiën.
De
waarschuwende woorden van de thesaurier-generaal waren vergeefs.
Na de Bataafse revolutie werd de financiële situatie almaar uitzichtlozer.
In ruil voor erkenning door Frankrijk moest Nederland honderdduizend gulden aan
oorlogsreparaties betalen.
Met als gevolg dat alleen al de rente op de staatsschuld zeventig procent van de
belastingopbrengsten opslokte.
De Napoleontische oorlogen en de economische crisis deden de rest.
In 1810, bij de definitieve inlijving door Frankrijk, was Nederland failliet:
het stopte grotendeels met het betalen van de rente op de staatsschuld.
Overigens
zette koning Willem I dat beleid na zijn staatsgreep gewoon voort.
De nationale schuld schoot verder de hoogte in, van 160 procent van het bbp in
1814 tot 243 procent in 1840.
Interessant is hoe Nederland er vervolgens bovenop kwam.
Door te dreigen met hogere belastingen dwong de staat schuldeisers veel lagere
rentes te accepteren op hun staatsobligaties.
Het is precies zo'n herstructurering van de staatsschuld die de eurolanden
Griekenland nu niet toestaan.
Was de Nederlandse schuldencrisis in de negentiende eeuw aangepakt zoals de
Griekse anno 2010, dan zou
onze
economie misschien nog wel steeds gebukt gaan onder onmogelijke rentelasten.
Het is een pijnlijke waarheid: zonder staatsbankroet had Nederland een
ontwikkelingsland kunnen zijn.
Niet minder dan 750 miljard euro hebben de Europese landen ervoor over om een faillissement van
Griekenland, Portugal, Spanje, Italië of Ierland te voorkomen.
Anders dan de Noord-Europese lidstaten suggereren, is het hen daarbij vooral om
de eigen banken te doen.
Die hebben fors geïnvesteerd in Zuid-Europees schuldpapier.
Om te voorkomen dat zij grote verliezen lijden, moeten de staatsschulden koste
wat het kost afgelost worden.
De
gevolgen kunnen desastreus zijn.
Het Europese reddingspakket verplaatst de financiële risico's van de banken naar
de belastingbetaler.
Het ene na het andere land ziet zich gedwongen het mes te zetten in de sociale
voorzieningen.
Zelfs parlementair zeggenschap wordt opgeofferd in een poging de financiële
markten te behagen.
Als het aan de Europese Commissie ligt, gaat zij voortaan de nationale
begrotingsplannen toetsen op hun houdbaarheid.
In landen die als Griekenland onder curatele komen te staan, is van
democratische legitimatie al helemaal geen sprake meer.
Extreme
situaties vragen om extreme antwoorden, zo is de gedachte.
De financiële Apocalyps moet voorkomen worden.
Maar hoe gruwelijk is een bankroetscenario werkelijk?
Het fictieve voorbeeld van een Nederlands staatsbankroet kan dit verduidelijken.
Hoewel onwaarschijnlijk, is dat niet uitgesloten.
De staatsschuld behoort niet tot de hoogste in Europa, maar dat geldt wél voor
de
hoeveelheid geld waarvoor de Nederlandse overheid garant staat.
Het Internationaal Monetair Fonds (imf) heeft daar vorig jaar nog op gewezen.
Wat nu als
de ING, een van de grootste spaarbanken ter wereld, alsnog omvalt?
Dan is Nederland verplicht spaarders tot een ton schadeloos te stellen.
Met als gevolg IJslandse toestanden.
De beoordelaars van Standard & Poor's en Moody's zullen de kredietstatus van het
fictieve Nederland
naar
beneden bijstellen.
Dat maakt lenen duurder. Net als in Griekenland ontstaat een self-fulfilling
prophecy.
Om oude leningen af te lossen moeten nieuwe, duurdere leningen worden afgesloten
en stijgt de staatsschuld verder.
Onderhandelingen met de Europese Unie en het imf over een steunpakket lopen stuk
op de politiek onhaalbare eis om binnen vier jaar tijd vijftig miljard euro te
bezuinigen.
En dan?
Volgens het nachtmerriescenario verlaten hierop de buitenlandse investeerders
het zinkende schip.
Ze laten de Nederlandse bevolking achter in verbittering.
Rechts-extremisten profiteren van de groeiende haat tegen de internationale
speculantenplutocratie en het buitenland in
het
algemeen.
|De straten worden geteisterd door politiek geweld.
Spaarrekeningen en pensioenrechten gaan in rook op door hyperinflatie.
Duitsland in het Interbellum, kortom.
Een
afschrikwekkend beeld, maar zo ver zal het niet komen.
Een land is technisch failliet zodra het niet langer aan zijn financiële
verplichtingen kan voldoen.
Anders dan veel bedrijven houdt het op dat moment niet op te functioneren.
Schuldeisers hebben in tegenstelling tot in het bedrijfsleven ook veel
beperktere mogelijkheden om hun geld terug te halen.
In de negentiende eeuw kon Groot-Brittannië schuldenlanden als Egypte en Turkije
nog gewapend binnenvallen.
In het geval van ons fictieve Nederland ligt dat niet voor de hand.
Om nog íets van hun geld terug te zien, zullen de schuldeisers eieren voor hun
geld kiezen en opnieuw rond de tafel gaan zitten met de regering.
In dat onderhandelingsproces wordt vervolgens een deel van de Nederlandse schuld
kwijtgescholden.
Over de
rest hoeft minder rente te worden betaald.
Zeker, er volgen magere jaren voor Nederland.
Maar na
verloop van tijd zal de economie zich weer herstellen.
Net als in de negentiende eeuw.
Waarom het
zo verloopt en niet anders?
Omdat het vrijwel altijd zo gegaan is.
Staatsfaillissementen zijn namelijk eerder regel dan uitzondering, schrijven de
economen Carmen Reinhart en Kenneth
Rogoff in
hun veelgeprezen overzicht van financiële crises, This Time is Different.
De onderzoekers spreken van een 'rite de passage', een gebeurtenis die vrijwel
elke opkomende
economie
ooit moet doorstaan.
Alleen al ten tijde van de Grote Depressie kon bijna de helft van alle landen de
schulden niet meer aflossen.
Frankrijk
ging in het verleden acht keer failliet, Spanje zelfs dertien maal.
Griekenland was sinds 1800 de helft van de tijd insolvent.
In de 21ste eeuw is het niet anders.
Tot de recentste staatsfaillissementen behoren de gebeurtenissen in Argentinië
in 2001 en de IJslandse bankencrisis
in 2008.
Natuurlijk
zijn er afschrikwekkende episodes.
Neem New foundland, lange tijd een soevereine democratie binnen het Britse rijk.
De crisis van de jaren dertig trof het eiland hard.
De visprijs halveerde, het land kon zijn schuldenlast niet meer dragen.
Zonder scrupules werd vervolgens de New foundlandse soevereiniteit tenietgedaan.
De Britten droegen het failliete land over aan Canada, waar het tot op de dag
van vandaag onderdeel van is.
Zo hoeft
het niet te gaan.
Sterker nog, Rogoff en Reinhart menen dat een verstandig uitgevoerd
staatsfaillissement een frisse, nieuwe start kan betekenen voor een land.
Die mening was ook Adam Smith toegedaan.
De klassieke econoom beval een 'eerlijk, open en uitgesproken faillissement' aan
als minst pijnlijke oplossing.
Zelfs Duitsland, dat nu de Zuid-Europese schuldenstaten fel veroordeelt, heeft
er niet uitsluitend slechte ervaringen mee.
Sommige deskundigen zien namelijk ook de naoorlogse munthervorming als een
verkapt staatsbankroet.
Aan die maatregel hebben de Duitsers hun Wirtschaftswunder mede te danken.
Het geheim
achter een succesvol staatsfaillissement is dat het schuldenland ook werkelijk
de kans aangrijpt om schoon schip te maken.
Bovenal moet het proces ordelijk verlopen.
Geen chaotische rijen voor de banken dus.
Idealiter dreigt een land even zijn betalingen op te schorten, om vervolgens
snel met de schuldeisers aan de onderhandelingstafel plaats te nemen.
Daarbij is het belangrijk dat er alternatieve kredietbronnen voorhanden zijn.
Alleen als bijvoorbeeld de Europese Unie bereid is enkele jaren bij te springen,
heeft het schuldenland voldoende macht om
internationale beleggers tot concessies te dwingen.
Anders zou het te kwetsbaar zijn voor dreigementen om in de toekomst geheel
uitgesloten te worden van de internationale kapitaalmarkt.
Bij dat
geordende verloop van staatsfaillissementen zit het probleem. '
Binnen landen heb je regels rond een bedrijfsfaillissement.
Eerst moet met de nog beschikbare middelen de belastingdienst betaald worden,
dan zijn de werknemers aan de beurt, enzovoort', legt Jako van Hees uit,
hoogleraar
aan de
Radboud Universiteit Nijmegen en gespecialiseerd in insolventierecht. '
Bij staten ligt dat anders.
Er zijn geen internationale regels voor failliete landen, laat staan dat er een
internationale
rechter is die daarover uitspraken kan doen.'
Dat wil
niet zeggen dat het onmogelijk is zo'n regeling voor een 'geordend
faillissement' in te voeren.
Hetzelfde is de afgelopen jaren gebeurd voor internationaal opererende banken,
en op
eenzelfde
wijze heeft de Amerikaanse regering het insolvente General Motors gesaneerd.
Het grote voordeel is dat een bedrijf dat too big to fail lijkt tóch failliet
kan gaan, maar zonder direct het hele
systeem in
gevaar te brengen.
Daarmee wordt voorkomen dat alleen de belastingbetaler opdraait voor de kosten.
'In theorie is het denkbaar dat de Europese Unie zegt: we gaan ook zo'n faillissementsregeling
ontwikkelen voor landen', reageert Van Hees.
'Ik denk overigens wel dat dat politiek zeer lastig ligt.
Ieder
geval is namelijk anders.
De Griekse crisis is het gevolg van wanbeheer, in Spanje kan de overheid er
daarentegen weinig aan doen.
Dus om zulke problemen op te lossen heb je heel verschillende recepten nodig.'
Natuurlijk kan Griekenland het braafste jongetje van de klas spelen en al zijn schulden terugbetalen.
Dat deed
ook de Roemeense dictator Ceausescu.
In plaats van net als andere landen in de jaren tachtig opnieuw te onderhandelen
met zijn schuldeisers stond Ceausescu erop de staatsschuld van
negen
miljard dollar zo snel mogelijk terug te betalen.
Kind van de rekening waren de Roemenen, die letterlijk in de kou kwamen te
zitten.
Als gevolg van de bezuinigingen op de energievoorziening moesten zij het in de
winter regelmatig zonder verwarming stellen.
Dan is het verstandiger om de Grieken een faillissement te gunnen zodat ze hun schulden kunnen
heronderhandelen.
Het lijkt er ook steeds meer op dat dit de enige uitweg is uit de
schuldencrisis.
Want
ondanks het gigantische reddingsfonds blijft de koers van de euro dalen.
En de geschiedenis leert dat landen zelden 'uit een schuldencrisis' kunnen
groeien.
De daarvoor benodigde bezuinigingen leiden eerder tot langdurige stagnatie.
Niet voor niets is Letland met een economische krimp van 5,1 procent op dit
moment het slechtst presterende land van Europa.
Met dank aan het rigoureuze bezuinigingsprogramma van het imf - overigens een
instituut dat nu al
functioneert als een soort internationale curator voor insolvente staten.
Een goed vormgegeven Europese regeling voor geordende staatsfaillissementen, hoe politiek
ingewikkeld het ook ligt, biedt daarbij nog een ander belangrijk voordeel.
Het kan rechtvaardiger zijn. In plaats van een bailout voor de Griekse bevolking
komt het huidige Europese reddingspakket
neer op
een nieuwe banken-bailout.
Hetzelfde geldt voor de stap van de Europese Centrale Bank om Zuid-Europees
schuldpapier op te kopen.
Alles wordt gedaan om de banken en andere investeerders van hun 'giftige'
obligaties te ontdoen.
Opnieuw zijn de winsten privaat, en de risico's publiek.
Ten
onrechte.
De banken wisten donders goed waar ze hun geld in staken.
In ruil voor het hogere risico op Griekse obligaties hebben zij jarenlang een
hoger rendement ontvangen.
Want dat is waar rente op neerkomt: een risicopremie, voor het geval de lening
niet terugbetaald wordt.
Dan is het ongezond als de overheid dat risico alsnog voor haar rekening neemt.
Beter dan een voorbeeld te
nemen aan
Ceausescu is het daarom te leren van de oude Franse koningen.
Zij hadden de gewoonte om bij financiële problemen de grootste schuldeisers te
executeren.
Zo'n aderlating is voor de huidige tijden wat grof. Maar een beetje
bloeden mag de financiële wereld voor de verandering
best.